Februari 2026 (deel 2)

03-02-2026

Deel 3: Loyale assistent-trainer met een eigen mening

Swawek als assistent

Hoofdtrainer Armand Mac Andrew (voorgrond) met naast zich assistent-trainer Swawek in een gelijkwaardige ondersteunende rol tijdens een wedstrijd van Veendam 1894 op het kunstgras aan De Langeleegte.

Ondersteunen

We gaan naar de huidige rol van assistent-trainer van de mannenselectie van Veendam 1894. Hoe is hij hierin verzeild geraakt en wie heeft hem gevraagd? Swawek: ‘Veendam 1894-hoofdtrainer Armand Mac Andrew heeft me in januari 2025 gevraagd voor deze rol. Samen met Harry Nijboer namens de technische commissie. Ze vroegen me of ik open stond voor het assistent-trainerschap. Ze wilden dat ik Mac Andrew zou assisteren. Vervolgens hebben we van gedachten gewisseld. Mac ken ik natuurlijk als voetballer maar als trainer nog niet. We hebben samen bij de BV Veendam gevoetbald. We hebben samen lang getraind. Maar ja, het trainerschap is iets anders. Dan heb je het over mijn gedachten hierover en zijn ideeën. Ons voordeel is dat we samen gevoetbald hebben. Voetbal is voetbal. Dus. De basis was in die zin oké. Ik was er wel positief over. Toen heb ik gezegd: ik wil je graag helpen. Hij kon wel wat extra ondersteuning gebruiken bij de trainingen. De selectiegroep is groot. Daarbij kan ik ondersteunen en helpen. In eerste instantie zou het gaan om één trainingsavond. Wanneer ik kon beginnen? Nou heb ik dat gelijk gedaan. Ik moest kijken hoe het ging en hoe ik dat met de tijd kon invullen. Het zou tot het eind van het seizoen duren. Voor mij was het kijken hoe het verliep wat betreft coördinatie en het gehele technische gebeuren. We bouwden samen de trainingen op. Zo ondersteunde ik hem. Ik wilde er ook bij de thuiswedstrijden wel bij zijn. Dan krijg je ook een beetje meer binding met het team, de groep. Dan zie je ook in de wedstrijden het voetballende gedeelte. Dat kun je dan weer meenemen naar de trainingen. Wat valt er te verbeteren? Dit seizoen (2025-2026, KF) is er geen trainer bij het tweede elftal. Dus heb ik gezegd: ik blijf je op twee trainingsavonden ondersteunen en blijf je bij de thuiswedstrijden assisteren. Meegaan met de uitwedstrijden is voor mij teveel. Dus op deze wijze ondersteun ik Mac. In het verleden heb ik Jan Korte bij Rolder Boys ook geassisteerd. Dus weet ik wel ongeveer hoe ik deze ondersteunende rol moet invullen. Mijn visie op het assistentschap is helder. Kijk, iedere trainer is op zijn manier eigenwijs. Dat ben ik ook. Maar we geven elkaar de ruimte om te sparren. Ook voor trainingen praten we met elkaar hoe we dingen kunnen verbeteren. Waar het aan mankeert in de spelersgroep komt ook naar boven. Ja, ik ben ook een soort van klankbord voor Mac. De input komt van twee kanten. In die zin kan ik ook ideeën opperen waar we mee aan de slag gaan. En zo creëren we een goede training. Ik vind het belangrijk dat deze ruimte er is. Het is niet zo dat hij de hoofdtrainer is en alles bepaalt en dat ik alleen maar de pionnen mag neerzetten. We gaan op een gelijkwaardige manier met elkaar om. Mac is verantwoordelijk voor het geheel. En daar ondersteun ik hem in. Zo zit ik in elkaar. Zoveel mogelijk ondersteunen.’

Swawek in actie

Swawek in actie als assistent-trainer tijdens de warming-up van de veldtraining op het kunstgras in het Zuid-Spaanse Torremolinos.

‘Een plaatje bij het praatje’

‘Of we de wedstrijden ook nabespreken? Ja, dat doen we, helaas nog wel zonder beelden erbij. Dat is namelijk lastig. Want we hebben nog niemand gevonden die ons kan ondersteunen als het gaat om wedstrijdbeelden. Zonder de hele wedstrijd terug te hoeven kijken gaat het in een partij soms om enkele (cruciale) momenten. Ja, eigenlijk hebben we een soort van video-analist nodig. Daar hebben we het vaak over. Maar ja, wie kunnen we daarvoor vragen? Je hoeft daarvoor niet iedere keer de hele wedstrijd terug te kijken. Inderdaad moet het mogelijk zijn om in het VEO-systeem een bepaalde samenvatting te kunnen realiseren. Net als dat je alle doelpogingen en doelpunten met één muisklik kunt terugkijken. Ja, dan kun je de tegengoals in die zin ook analyseren. Want het is het idee om in die zin ook een terugkoppeling te kunnen geven aan de spelers. De spelers nemen tegenwoordig niet alles zomaar meer aan van hun trainer. In die zin zijn getoonde beelden confronterend en eerlijk. Als je iets aangeeft moet je het kunnen onderbouwen. Dat kan heel goed door middel van beelden. Ja, dat willen we wel graag. Dat is een volgende stap in de ontwikkeling. Dat we de jongens bewust kunnen maken van bepaalde momenten tijdens het voetballen. Zo van: dat doe je goed of dat doe je niet goed. Waar kan ik beter van worden? Dat kan zowel individueel of als team. In ieder geval kan je ergens dieper op in. Jazeker helpt het bij het verder groeien. Het ontwikkelen van het voetbal. Een plaatje bij het praatje. Klopt, je maakt iets concreet. Meestal nemen we in de bestuurskamer na afloop de wedstrijd even door. Tot dinsdag geven we de spelers de gelegenheid de wedstrijd terug te kijken. Of iedereen dit doet? Soms kijkt 80 procent het terug, soms 60 procent of zelfs 40 procent. Dat is nog een beetje wisselvallig. Ik denk als je met de groep iets vaker bij elkaar gaat zitten, zal dit percentage omhoog gaan. Nu is het toch iets te vrijblijvend.’ Ik memoreer dat het maar goed was dat er bij de oefenwedstrijd tijdens dit trainingskamp geen beelden zijn gemaakt. Dat zou na de 11-0 nederlaag een lange nabespreking zijn geworden. Swawek: ‘Nee, we hebben expres het videosysteem thuisgelaten, haha. Er zijn geen bewijzen van, haha. Alleen maar in het geheugen.’

Swawek in overleg

Swawek (rechts) in overleg met Mac Andrew tijdens het trainingskamp in Zuid-Spanje. ‘Ik ben nu met Mac aan het communiceren hoe we het in de tweede helft van het seizoen beter kunnen doen.’

Gelijkwaardige rol

Swawek: ‘Het belangrijkste is de vereniging en het team. Dat staat in mijn gelijkwaardige rol als assistent-trainer altijd voorop. Ja, daar hoort ook bij dat we spelers individueel begeleiden. Hoe wij dat geregeld hebben? Gelukkig hebben we nu – vanaf volgend seizoen – weer een trainer voor het tweede elftal. Zolang wil ik niet wachten. Ik ben nu met Mac aan het communiceren hoe we het in de tweede helft van het seizoen beter kunnen doen. Wat zijn de verbeterpunten? Daar horen inderdaad ook individuele trainingen bij. Dat we een trainingssituatie kunnen creëren waarbij én het team traint én er individueel geholpen kan worden. Zodat we er een aantal spelers uit kunnen pikken.’ Ik zeg het opmerkelijk te vinden dat er bijvoorbeeld wél een keeperstrainer is maar geen specifieke spitsentrainer of iemand die de verdedigers extra goed kan begeleiden. Wat zijn goede loopacties voor aanvallers en hoe voorkom ik bijvoorbeeld dat ik als verdediger mijn man uit de rug laat lopen? Dat zijn toch basisvaardigheden voor voetballers? Zoals bijvoorbeeld in de oefenwedstrijd hier in Spanje waarbij ik als toeschouwer de tranen in de ogen kreeg. Swawek: ‘Ja, ik ook. We moeten de jongens nog meer bewust maken van wat hun taken zijn in een wedstrijd. Het positiespel bij balbezit en balverlies. Hoe je de taken goed uitvoert.’

In de lift

Swawek is januari 2025 erbij gekomen als assistent-trainer van Veendam 1894. Ik vraag hem naar ervaringen en bevindingen tot dusver. Wat is zijn gevoel over de situatie tot nu toe? Swawek: ‘Mijn gevoel is dat het veel beter kan. Ja, dat is ook een uitdaging. En daarin moet iedereen meegaan. Zoals ik al zei: ik ben ook een eigenwijze trainer. Alleen is mijn rol ondersteunend. Hierin ben ik heel loyaal. Zeker ook naar de hoofdtrainer toe. Nee hoor, ik ga niet aan zijn stoelpoten zagen. Zo zit ik niet in elkaar. Door mijn ervaring in het jeugdvoetbal durf ik gerust te stellen dat ik weet hoe je het voetballen kan verbeteren. En niet alleen op voetbalgebied maar ook wat betreft het mentale gedeelte. Dat mentale aspect heb ik uit Polen meegenomen. Dat als spelers denken dat ze de bodem hebben bereikt ze moeten geloven dat ze nog dieper kunnen gaan. Dan groei je. Continu blijven prikkelen. Ja, dat is mindset. Hoever wil je gaan als voetballer? Hoeveel heb je er voor over? We zitten in die zin nog steeds in de lift. Wat betreft groei. Ze moeten op de trainingen alles willen geven en tot het gaatje willen gaan!’

Mindset

Ik constateer iets anders. Volgens mij is er op dit moment sprake van een zekere stagnatie. Een soort pas op de plaats. In ieder geval op prestatief vlak. De selectie heeft in 11 competitiewedstrijden evenveel punten gepakt als in vorig seizoen. Swawek: ‘Nou ja, misschien gaat de groei op dit moment iets langzamer. Ja, nu breng ik het positief. Maar wat ontbreekt als ik het zo even bekijk, dat is de mindset. Een soort vechtersmentaliteit. Een winnaarsmentaliteit. Als je een wedstrijd begint, wil je maar één ding. Dat zijn de punten want je wilt naar die tweede klasse. In die tweede klasse heb je het betere voetbal. Tenminste dat vind ik. Ik ken die tweede klasse.’ Ik vertel Swawek dat deze selectie daar een paar seizoenen geleden ook in voetbalde. Qua voetbal was het toen meestal oké maar dan spelen er ook andere belangrijke aspecten. Swawek: ‘Als je dat bereikt dan wordt het vanaf dat moment alleen maar beter. Dan groei je ook.’

Swawek geeft instructies

Tijdens de looptraining op het strand en de boulevard van Torremolinos geeft Swawek instructies aan loopwonder Mark Wijnsema. ‘Ik zou met iedere speler individueel het gesprek aangaan.’

Tot het gaatje

Ik vertel Swawek dat er destijds jongens waren die zeiden: dit niveau is te hoog voor ons. Laat ons maar lekker in die derde klasse voetballen. Getuigt dit van een gebrek aan ambitie of is het realiteitszin? Is er wel voldoende kwaliteit in huis voor die tweede klasse? Swawek: ‘Ik zou met iedere speler individueel het gesprek aangaan. Op basis daarvan zou ik selecteren. Wie heeft de wil om hogerop te voetballen en wil met deze groep doorgaan? Je moet die jongens zo voorbereiden dat de mindset en kwaliteit zo wordt dat die tweede klasse bereikbaar is. Plezier hebben en er voor willen gaan. Deze mindset moet je zien te krijgen. Het geloof dat je beter bent dan je tegenstander. Ook dat, maar vooral de bereidheid hebben tot het gaatje te willen gaan. Ik constateer dat die bereidheid tot dusver minimaal is.’ Volgens mij brengt Swawek nu iets cruciaals in. In mijn verslaggeving tot dusver heb ik dit aspect meerdere keren aangestipt. Dat we hier al een aantal seizoenen tegenaan lopen. Dat er op beslissende momenten in wedstrijden sommige jongens niet thuisgeven. Het feit dat je in de competitie nog geen topwedstrijd hebt gewonnen, is daarbij illustratief. Dat het op finale momenten steeds misgaat. De hamvraag is: hoe krijg je dit verbeterd? Swawek: ‘Ja, dan mis je die door mij eerder genoemde winnaarsmentaliteit. Of het in het karakter zit? Of we misschien van deze jongens teveel verwachten? Waarschijnlijk heeft het te maken met een al jarenlange cultuur binnen de vereniging. Als je dat wilt doorbreken, moet je voorbereid zijn op eventueel verlies. Maar goed, dan zal je eerst wat verliezen maar op de langere termijn levert je dat winst op. Ja, zo gaat dat als je wilt presteren. Zonder verlies geen winst. Bloed, zweet en tranen. Een kwestie van mentaliteit. Dat begint al op de training. Als je op de training tot het gaatje gaat dan doe je dat ook in de wedstrijd. Bij onze trainingen zijn er toch een aantal jongens waarbij het net niet is. En met dat net niet steek je ook andere jongens aan. Soms heb ik het idee: wat doe ik hier? Omdat ik gewoon te fanatiek ben. Je wilt meters maken met deze groep maar je moet er continu bovenop zitten. Het gaat bij sommige jongens niet vanzelf. Je moet ze continu corrigeren cq motiveren en in de gaten houden. Dat vreet veel energie en levert negatieve energie op. Natuurlijk praat ik hier met Mac over. We sparren erover. Mac is de hoofdtrainer. Ik kan naar hem toe dingen aangeven. Zaken aanbieden. Zoals ik eerder al zei: ik ben loyaal. Maar ook stronteigenwijs. In die zin zou ik dingen anders doen. Dan zou ik ergens anders hoofdtrainer moeten worden maar daar heb ik niet voor gekozen. Aan de andere kant heb ik wel ervaring hoe ik op mijn manier jongens beter kan maken. Ze zouden schrikken als ik het op mijn manier zou doen. Ik ben in die zin veel harder en strenger. Als je mij zou vragen hoeveel je moet geven als je van plan bent om als vereniging cq team hogerop te willen gaan voetballen, dan heb ik hier wel een idee over. Dan zou er twee keer per week getraind moeten worden en op vrijdag individueel en op vrije trappen, corners et cetera. Dan zou ik op zondagochtend om 9:00 uur een uitlooptraining willen hebben met na die tijd in de kantine een ontbijt. Dit zou je een heel seizoen moeten vasthouden en daarnaast tijdens het seizoen vaak vriendschappelijke wedstrijden regelen tegen 1ste en 2de klasse teams. Zo kan je groeien in de ontwikkeling, vind ik.’

Een-op-een gesprekken

Swawek: ‘Ik heb ook al eerder aangegeven dat ik ervoor zou kiezen om met deze jongens een-op-een gesprekken te voeren. Als je dit doet dan kan je de spelers er op ieder moment op aanspreken. Ook tijdens trainingen. Jongens een-op-een zijn anders dan in de groep. Dan kun je ook naar boven halen welke tekortkomingen je ziet en wat juist goed is. En je hoort welke persoonlijke zaken een rol spelen. Dan haal je daar als trainer uit: kan ik er nog iets van maken of juist niet? Dan kan je selecteren. Zodat je kunt bouwen aan een winnaarsteam. Net als bij de vrouwenselectie van Veendam 1894. Kijk, dit is een vrij jong team. Ze hebben in die zin sturing nodig. Nee, het zijn geen kleuters maar wel jonge gasten. Mijn idee is echt dat ze sturing nodig hebben. Het idee van leven als een sportman. Dat ze daarin ook een eigen verantwoordelijkheid hebben? Dan kom ik terug op de eventuele een-op-een gesprekken. Als je daarin met een duidelijke visie bepaalde zaken bespreekt, dan kan je dit terugkoppelen. Waarmee je ze kunt raken. Zo kan je ze individueel ergens op aanspreken. Zo van: hier hebben we het over gehad en ik zie dit terug. Ik heb hier ervaring mee opgedaan. En geloof me: natuurlijk geeft het strubbelingen maar uiteindelijk ga je er als trainer van genieten. Zie bijvoorbeeld bij jongens waarbij het net niet is. Dan gaan ze groeien en erin geloven. Ze moeten niet blij zijn als een training is afgelopen. Dat is niet goed. Ik had een team dat chagrijnig was als ik zei dat de training afgelopen was. Plezier en presteren moeten hand in hand gaan. Helaas hebben we in deze selectie geen jongens die tijdens moeilijke momenten in een wedstrijd het voortouw durven nemen. Ja, sommigen hebben wel babbels maar nemen niet hun verantwoordelijkheid.’

Eigen mening en visie

De staf van Veendam 1894 is soms niet te benijden. Soms lijkt het of er getrokken wordt aan een dood paard. Ook Swawek heeft zijn eigen mening en visie. ‘Discipline is de basis. En de bereidheid tot het gaatje te willen gaan.’

Oude patronen doorbreken

Swawek: ‘Ja, inderdaad zie je dat terug bij dit trainingskamp. De jongens met de grootste mond haken als eerste af. Het zijn geen echte leiders.’ Ik vertel Swawek dat ik mijn teleurstelling over de wijze van aanvliegen van de oefenwedstrijd met enkele spelers heb gedeeld. Zij zaten op de tribune toe te kijken. Ik zeg tegen Swawek dat ik de trainersstaf in die zin niet benijd. Het lijkt op het trekken aan een dood paard. Dat er in sommige wedstrijden dit seizoen vervallen wordt in oude patronen. En dat ik op basis van wat ik tijdens het trainingskamp heb gezien en ervaren de voorspelling aandurf dat deze selectie geen prijs gaat pakken dit seizoen. Ik mis de bereidheid om beter te worden en te streven naar een hoger niveau van voetballen. Vanzelfsprekend hoop ik natuurlijk dat ik helemaal ongelijk ga krijgen. Swawek: ‘Ja, en wat ze tijdens de wedstrijd naar hun medespelers riepen! Wat je ook tegen ze zegt: het raakt ze niet. Eigenlijk moet je die oude patronen doorbreken. Ja, ik mis die bereidheid, die overgave die jij noemt ook.’ Nogmaals benadrukt Swawek zijn rol als assistent-trainer. Dat hij ondersteunend naar de hoofdtrainer is. En absoluut loyaal is. Maar dat hij ook zijn eigen mening en visie heeft. En twijfelt of hij nog een seizoen door wil gaan.

Discipline is de basis

Swawek: ‘Eerlijk gezegd wist ik niet wat ik ervan zou verwachten. Soms heb ik me in alle eerlijkheid ook weleens afgevraagd of ik wel geschikt ben voor dit team. Van huis uit heb ik discipline meegekregen. Dat wil ik bewaken. Ja, dat is de basis. Of er met de groep een gezamenlijke ambitie is uitgesproken? Willen promoveren naar die tweede klasse? Zie jij deze bereidheid niet terug? Dan kom ik terug op die een-op-een gesprekken. Daarin zou je dingen recht voor z’n raap kunnen zeggen. Eerlijk zijn en nergens omheen draaien.’

‘Als we naar de tweede klasse gaan ben ik tevreden’

Ik vraag Swawek wanneer hij tevreden is als het seizoen is afgelopen. Na afloop van deze voetbaljaargang met nog een tweede seizoenshelft op komst. Swawek: ‘Als ik op trainingen en wedstrijden zie dat na het eerste fluitsignaal het team en alle individuele spelers tot het eind toe tot het gaatje gaan. Dan ben ik tevreden. Elke training beschouwen als finale, beter willen worden en alles geven. Dat geeft mij ook de ambitie om door te gaan. In wedstrijden moet er af en toe gekozen worden voor anti-voetbal omdat het resultaat uiteindelijk telt. Dat de bereidheid er is om die punten binnen te halen. Dat ze laten zien dat ze absoluut naar die tweede klasse willen. Tot nu toe is het te wisselvallig. Als ik die ambitie mis, is het voor mij verloren tijd. Dan ga ik liever ergens anders met een JO-19 aan de slag. Die jongens kan ik nog kneden en naar mijn eigen hand zetten en daardoor beter maken. Zo zit ik in elkaar. Kijk, ik wil absoluut niet dat Mac het idee krijgt dat Swawek het wil overnemen. Dat is beslist niet zo. Wanneer ik prestatief tevreden ben? Ik ben bang dat wij het dit seizoen niet beter gaan doen. We zijn afhankelijk van het minder presteren van andere clubs. Dan hebben we dit seizoen misschien nog een kans. Afhankelijk van onze tegenstanders? Ja, als we het zelf in de hand willen hebben dan zouden we op dit moment verder moeten zijn. Als we nu in het veld zouden staan met maar één doel, één ambitie en daarin zouden geloven, dan zou de mindset aanwezig zijn om te promoveren. Helaas heb ik dit in onze eerste seizoenshelft niet gezien. Ja, soms werd er leuk gevoetbald maar leverde het geen punten op. Kijk, als je met elkaar aan het begin van het seizoen bespreekt dat je graag naar die tweede klasse wilt en het lukt, dan ben ik tevreden. Dat is een eerste stap. Je hebt gelijk als je stelt dat twee jeugdspelers, Mark en Melvin, al een soort van kartrekkers zijn van dit elftal. Nee, dat is niet goed. Deze jongens zouden zich eigenlijk in luwte verder moeten kunnen ontwikkelen. Anders blijven ze stilstaan in hun ontwikkeling. Melvin en Mark zijn hongerig maar hebben sturing nodig. Dat moet je aanbieden. Dan is het goed dat je met deze jongens gaat praten. Waarbij het ook om randzaken en discipline gaat. Zulke karaktervolle jongens wil je niet verliezen.’

Gezelligheid

We gaan naar een afronding van ons gesprek. Het is op de laatste dag van het trainingskamp in Torremolinos en zitten aan een achteraftafeltje in een steeds lawaaieriger wordende hotellobby. Ik vraag naar Swawek’s bevindingen tijdens dit vierdaags Zuid-Spaanse voetbalkamp. Hij gaat eerlijk in op wat hij ervan vond. Swawek: ‘Van tevoren hebben we niet heel duidelijk besproken hoe en wat, wel heel kort voor vertrek een kleine planning/programma gemaakt. Ik zou het wel gaan zien. Duidelijk was wel dat we één veldtraining en één wedstrijd zouden afwerken en we hadden besloten één strandtraining en een voetbalquiz te gaan doen. Hoe het programma er verder omheen zou uitzien, zouden we daar zien. Voor mij was het: ik ben erbij en doe mee en assisteer waar nodig is. Achteraf moet je concluderen dat dit trainingskamp in het teken stond van gezelligheid en (zogenaamde) teambuilding. Zowel bij het team als de staf. Of je dit doel hebt bereikt? Ja. Als je kijkt naar het sportieve gedeelte moet je dit vergeten. Dit was niet aanwezig. Of het woord trainingskamp cq voetbalkamp dan de lading niet dekt? Of het dan niet gewoon een paar dagen lekker gezellig met elkaar op stap is? Ja, dat is het idee.’

Samen met Jan Korte

Swawek: ‘Samen met Jan Korte heb ik veel ervaring opgedaan met voetbalkampen. De invulling van zo’n trainingskamp hangt af van de visie van de club.’ (Foto uit archief Swawek)

Het ideale voetbalkamp

‘Ik ben andere voetbalkampen gewend. Hoe ik een ideaal voetbalkamp zie? Ja, je bent ook afhankelijk van de beschikbare faciliteiten en accommodaties van de organisatie hier ter plekke. In de voorbereiding kun je je eisen bij de organisatie inwilligen. Zoals het nu ging, was het op zich prima. Als je als doel had teambuilding waarbij je het sportieve aspect zou inleveren. Dat kan. Of dat van tevoren ook zo bedacht was? Dat maak ik ervan. Tenminste, zoals het gegaan is. De gezelligheid was uitbundig. Het sportieve gedeelte nihil.’ Bij trainingskampen onder Zuid-Europese zonnige omstandigheden in de winterstop denk ik altijd dat er een goede basis gelegd wordt voor een succesvolle tweede seizoenshelft. Hoe ziet Swawek dat? Swawek: ‘Voor mij zou zo’n trainingskamp ook een ideaal moment zijn voor een-op-een gesprekken. Als je al aan het begin van het seizoen met spelers hebt gesproken zou dit een mooi moment voor een tussenevaluatie zijn. Hoe staan we ervoor? Ik denk dat je dan meer zou bereiken. Een goed gesprek met de staf hoe het gaat en of er dingen zijn die anders moeten. Een plan maken voor de tweede seizoenshelft. Ik zou kiezen voor hard werken én gezelligheid. Of dit meer iets is voor profclubs? Nee, ik denk dat het afhangt van de visie van de club. Rolder Boys is ook op trainingskamp geweest. Die hebben twee keer getraind en hebben twee wedstrijden gehad. Ja, ook in vier dagen. Als je zoiets creëert dan gaan jongens hier ’s avonds anders mee om. Kijk, als je ervoor zou kiezen om elke dag te beginnen met een gezamenlijke wandeling om 8:00 uur en na het ontbijt een training afwerkt en ’s middags nog een wedstrijd dan gaan spelers anders om met de avond en de vrije uren. Dat is net hoe je het voorbereidt. Achteraf was de planning van de stapavond niet gunstig. Je had het beter de avond voor de terugreis-dag kunnen doen. Dan zouden ze vandaag kunnen uitrusten. Inderdaad een verschil met onze Amsterdamse tegenstander. Die waren denk ik met een ander doel afgereisd. Die zouden na de winterstop direct starten met een pittige competitiewedstrijd. Ons doel was achteraf gezelligheid.’

Een mooi trainersduo

Hoofdtrainer Armand Mac Andrew (rechts) en assistent-trainer Swawek Andrzejewski vormen samen een mooi trainersduo. Beide oefenmeesters hopen dat er tijdens het trainingskamp een basis is gelegd voor een succesvolle tweede seizoenshelft. De eerstvolgende competitiekrachtmeting is op zaterdagmiddag 7 februari 2026 als Veendam 1894 thuis naaste buur VV Wildervank ontvangt voor de onvervalste Parkstadderby.

Het kan anders, het kan beter!

Mijn vervolgvraag aan Swawek is wanneer dat het trainingskamp aan de Costa del Sol in zijn ogen geslaagd is? Swawek: ‘Als de trainingsintensiteit volop aanwezig is. Dus een combinatie van hard werken én sfeer. Maar niet alleen gezelligheid. Je geniet nog beter van zo’n voetbalkamp als je ontiegelijk hard werkt. Ik denk dat je ervoor moet waken dat binnen de vereniging het sportieve doel doodbloedt. Dan blijft er straks niets anders over dan – met alle respect gesproken – een simpel gezelligheidsclubje. Maar dan moet binnen de voetbalvereniging wel het doel leven om het voetbal te verbeteren om hogerop te komen. Inderdaad is er werk aan de winkel en ligt er een uitdagende opdracht. Dat gaat ontzettend veel energie kosten. Aan een cultuurverandering gaat vooraf dat er een duidelijke structuur is. Dat vereist dat oude cultuurdragers meegaan in een duidelijk plan met een vooruitstrevende missie. Een heldere visie welke kant het opgaat. Wil je daarin mee of niet? Een-op-een kun je dit ook vertalen naar een voetbalteam. Soms betekent dit dat je afscheid moet nemen van mensen. Het is samen met goede stuurlui er de schouders onder zetten. Slotconclusie: het kan anders, het kan beter!’

Klik volgende voor het vervolg van februari 2026.